In Memoriam Dick Meulenbroek

Op zaterdag 28 juli jl. overleed Dick Meulenbroek, nog maar 64 jaar oud. De ziekte die hem vijf jaar geleden trof zou hem volgens de mortaliteits-statistieken al veel eerder gesloopt moeten hebben, maar waar hij als bridger gewoon was beslissingen te nemen op grond van wat de kansrekening hem vertelde, lapte hij toen de statistieken aan zijn laars: ‘niks mee te maken, ik wil nog graag even verder leven en zolang ik voel dat ik dat in me heb doe ik dat ook.’

Heel lang heeft Dick niet bij BCL gespeeld: met Willem Flisijn in de eerste divisie en nog een poos met mij op de club. Zijn bridgegeschiedenis speelde zich af in Groningen, bij de voormalige EGBC.

In zijn studententijd speelde hij zichzelf in de nationale jeugdselectie. Hij behoorde tot de generatie van Groningse spelers die in de nationale top en subtop de bakens verzette, die tot dan toe alleen naar de Randstad wezen. Ik herinner me een bridgecolumn van André Boekhorst uit de jaren 1980, waarin hij na het behalen van de EG-titel van Holland-B (Holland?!) – een team van louter Groningers, pas na enig gedoe door de Bond opgeroepen – het Groninger bridge in politiek niet helemaal correcte termen vol bewondering kwalificeerde als “mannenbridge”.

Wie vorm(d)en die generatie? Ik doe maar een greep: Paul en Piet Jansen, Joop van der Goot, Kees Verkade, Jan Westerhof, Bauke Muller, Wiebe de Jong, Rens Paternotte, Bert Paping, Just van der Kam, Auke vd Bos. En Dick dus.

Maar Dick was niet alleen speler. Hij was ook een van de oprichters en docenten van de Groninger Bridgeschool. Hij verzorgde jarenlang de bridgerubriek in het Dagblad van het Noorden. En bij mijn weten was hij in meerdere functies bestuurlijk in de weer voor EGBC.

Toen zijn vrouw, Marijke de Vries, een baan kreeg bij de Friese provinciale overheid, verhuisden ze met hun twee dochters naar Leeuwarden. Hoewel van zins bridge op een laag pitje te zetten, wilde hij de uitnodiging om het toen net naar de eerste divisie gepromoveerde BCL-1 te versterken, niet afslaan. Maar samen uit, samen thuis: ook Marijke kwam bij BCL spelen, onder andere met Erik Lourens. Overigens leek dat een strikte regel in hun verhouding, want ook Dick ging werken bij de provinciale overheid, eerst bij het Wetterskip, nog enige afstand houdend, later steeds dichter naar Marijkes werkomgeving toekruipend.

Mijn herinneringen aan spelen met Dick zijn allemaal even plezierig. Een zeer aimabele maat met veel humor, die nooit prat ging op zijn bridgekennis en -ervaring, terwijl die toch ver uitstegen boven de mijne, en in het algemeen van zijn BCL-clubgenoten.

Op de clubavonden was in ons partnership maar één regel heilig: het bier dient uiterlijk tien uur op tafel te staan. Het duurde niet lang eer de bar zich die regel had eigengemaakt, waarna we het eerste biertje niet meer hoefden te bestellen, dat werd (soms ruim) op tijd voor ons neergezet.

Maar zoals gezegd, zijn bridgeverleden lag vooral in Groningen. En dat was goed zichtbaar bij het laatste afscheid, op donderdag 2 augustus in een aula van het crematorium in Goutum. In de afgeladen zaal zat een flinke delegatie Groninger bridgers van zijn generatie, van wie eerdergenoemde Auke, die Dick treffend, ontroerend en indrukwekkend herdacht.

Na afloop van de crematieplechtigheid kwam het hele gezelschap bijeen in de Koperen Tuin. En zoals dat gaat kwamen toen de verhalen los. Die ruwweg te onderscheiden waren in twee thematische categorieën: bridge en golf. Ja, golf, want toen Dick een tijd op non-actief stond wegens een burn out suggereerde zijn arts die sport eens te proberen: veel buiten en veel wandelen, dat kon helpen. Hij bleek meteen verkocht. En Marijke dus ook (zie boven). Elke keer als ik bezoek kwam in het huis aan de Emmakade, was de golfkar, pardon: caddy, rijker gevuld met clubs (nee, bridgers, dat zijn geen klaveren, maar de peperdure stokken waarmee je het balletje een hijs geeft).

Persoonlijk onderschrijf ik Mark Twains oordeel over golf: a good walk spoiled. Omdat ik de onbedwingbare neiging heb om zulke dingen ook tegen golffanatici te zeggen (“de laatste keer dat ik achter elkaar twee ballen goed raakte, was toen ik op een hark ging staan”- hij is niet van mezelf) liet ik de golferssectie van de Koperen Tuin links liggen.

Auke, veertig jaar lang vriend van Dick, vertelde een paar mooie anekdotes. Met Dick had hij ooit een last minute partnership gevormd voor een parentoernooi. Geen tijd voor systeembespreking, zelfs niet voor het maken van een systeemkaart. Oplossing: ze besloten ‘gewoon’ het systeem te hanteren van elk van hun tegenstanders. Per ronde dus een nieuw systeem. Maar je kent die systemen toch niet? Jawel, zij moeten jou toch hun systeemkaart geven? Die heb je voor je liggen, zodat je die steeds kunt raadplegen.

Op zeker moment opent Dick 1Kl. Links past, Auke 1Ru. Rechts wil weten wat dat aangeeft.
Montreal-relay, zegt Dick. Huh? Ja, zegt Dick, u kent uw eigen systeem toch wel?

Ander toernooi, of misschien hetzelfde, maar wat doet het ertoe. Eerste spel: Auke moet uit tegen een troefcontract, heeft een lastige uitkomst en besluit van Axxx van een zijkleur een kleintje uit te komen. Recht in het potje: Dick heeft HVx en de kleur zit 3-3. Na heer, vrouw en aas is Auke weer aan slag. Hij heeft ook Bx van troef. De leider kijkt waarschijnlijk tegen een 5-5 troeffit aan met AHxxx in zijn hand en lijkt de rest dicht te hebben. Dan maar die dertiende kaart van die zijkleur maar op tafel gelegd. Dick troeft voor met de secce V … eentje down.

Tweede spel: Auke moet uit tegen 3 sans, heeft weer Axxx van een kleur en besluit een kleintje van die kleur uit te komen. Recht in de roos: down.

Derde spel: Auke moet weer uit, tegen een troefcontract, heeft de smaak te pakken gekregen en start een kleintje van Axxx van een zijkleur. In de dummy komt HBxx te liggen.

Intussen geërgerd door het verloop van de eerste twee spellen vraagt de leider wat zo’n kleintje belooft. Dattie het aas heeft, antwoord Dick met een brede smile.
Met een gelaatsuitdrukking die verraadt dat hij niet van zulke geintjes houdt legt de leider na rijp beraad de boer. Die is voor de vrouw van Dick, die de kleur terugspeelt voor Auke’s aas, waarna Auke hem in diezelfde kleur een introever geeft. Ik denk niet dat Dick zout in de wond heeft gewreven met: “Ik zei het je toch?”, want daar was hij de man niet naar. Ik vermoed dat hij en Auke snel de tafel hebben verlaten om uit het zicht van die tegenstanders in een gierende lachbui uit te barsten.

Dick kon genieten. En kon ook de zon in andermans water zien schijnen. Was hij een optimist? Misschien, maar toch vooral een realist. Niet hopen tegen beter weten in, maar wel relativeren, ook zichzelf. Vaak met een ironische grap. Hij maakte van zijn hart geen moordkuil, de leefregel hanterend dat je tegen vrienden alles moet kunnen zeggen wat je op je hart hebt, omdat echte vriendschap geen geheimen kent.

Vijf jaar tartte hij de statistieken. Maar uiteindelijk was er geen houden meer aan. Hij wist het en besloot, toen het middel erger werd dan de kwaal die er toch niet mee zou worden bedwongen, behandeling te stoppen. Daarna is het snel gegaan.

Wie Dick heeft gekend, zal zich hem blijven herinneren.

Hans van der Heijde

 

Dit bericht is geplaatst in Artikelen. Bookmark de permalink.

4 reacties op In Memoriam Dick Meulenbroek

  1. Myriam van der heide schreef:

    Kende Dick niet maar door dit pracht eerbetoon nu wel een beetje! Mooi gememoreerd weer Hans!

  2. Renée Meulenbroek schreef:

    Wat een mooi stukje… Dankjewel Hans.

  3. Tjitske de Heij schreef:

    Wat een prachtig In Memoriam, Hans! Ik heb Dick en Marijke goed leren kennen op de golfclub (jawel…) en wist dat hij aardig kon bridgen. Maar zo goed? Nee, dat niet.
    Dank voor je treffende omschrijving, ik kende Dick ook als een aimabele realist die ondanks zijn ziekte wist te blijven genieten. Met Marijke aan zijn zijde…

  4. Hester Gast schreef:

    Geweldig in memoriam, Hans. Dick was inderdaad een voortreffelijke bridger en een fantastisch mens. Net als jij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *