Forumprobleem 45

Wim Ooiman

In het Forum hebben we besloten in het vervolg niet alleen maar biedproblemen, maar ook andere aan bod te laten komen. Dit is het eerste.




HVBT76
A4
HV6
B7/9
N
W       O
Z
A8
H85
A3
VT8643



W N O Z
1SA* pas
3♠** pas 3SA pas
4♠ pas 4♣ pas
6♠ pas pas pas
* 12-14
** sleminviterend

Oost gaf eerst maar een alternatief slem aan en dat pakte goed uit, want er kwam geen klaverstart maar een ruitenboerstart. Ga op de plaats van west zitten en bedenk een maakplan.

Joost Herweijer
Ik vind dit soort spellen niet echt interessant. Ik kan niet beter verzinnen dan drie keer ruiten spelen, één keer schoppen en klaveren na. Hopelijk speelt degene iets na in de dubbele renonce. Anders een hoogst onwaarschijnlijke ♣H-dwang.
W: Het is maar de vraag welke kans het onwaarschijnlijkst is. Die van jouw speelplan komt uit op nog geen half procent (als ik goed gerekend heb). Een hand moet dan een 1651 hebben, met 1741 heeft de andere hand een singleton harten en troeft de tweede harten; en met 1561 heeft de andere hand een dubbelton ruiten en troeft de derde ruiten.  

Hayo Galema
Kansloze contracten bieden, daar houd ik niet zo van. Meestal ben ik dan ook geneigd in zo’n 6♠ als deze ongeïnspireerd 1 down te gaan. Wel met een air alsof ik het ga maken natuurlijk. 
Dit spel ga je maken als een van de tegenstanders een singleton honneur klaveren heeft en slechts één troef. Dan kun je eenmaal troeftrekken (met de heer!), de rode kleuren elimineren en een klavertje spelen. Het naspel van een rode kleur geeft je het contract waarschijnlijk.
W: Dit is al iets uitgebreider dan het vorige antwoord.  Had je met die air van je niet beter  op een foutje van de tegenpartij kunnen rekenen met een ander speelplan? Maar toegegeven, net zoals bij Joost is het een maakplan. Ik had de vraagstelling beter moeten formuleren.

Hans van der Heijde
♣AH moet bij de hand zitten die als enige de harten stopt.
Zuid – want noord zal ♣AH niet hebben – moet of 6 hartens hebben of, indien minder, VBT9(x).
West neemt de troeven en de ruitens mee en heeft over: Ax en ♣Bx; oost H8x en een klaveren. Zuid heeft dan over: ♣AH en 2 hartens (3 hartenslagen en C), of ♣A en 3 hartens. West speelt klaveren voor zuid en maakt na het hartenvervolg A, ♣B en H voor C.
W: Na deze antwoorden gekregen te hebben – en niet die ik verwachtte – kreeg ik het vermoeden dat er iets mis was. ♣7 in de westhand had ♣9 moeten zijn! Hoe kwam ik dan aan die 7? Wel, die 7 stond wel degelijk in de opgave (Engels Bridgemagazine, 1979), maar bij hoe het spel was afgespeeld, bleek die 7 veranderd te zijn in een 9. Dus seinde ik het panel in, maar dat was voor sommigen geen aanleiding een andere oplossing te zoeken.
Hans schreef na die ♣9-toevoeging:
Met ♣B9 kun je het zo aanpakken, uitgaande van verdeelde klaverhonneurs: slag 1 A en klaver naar de B. N of zuid neemt en speelt troef (waarschijnlijk) na. Nu alle troeven en ruiten, eindigend met 1 troef, A4 en ♣9 tegenover H85 en ♣V. Dan de laatste troef (uit de dummy gaat ♣V weg).
De hand met de resterende klaverhonneur + 3 hartens heeft het nu moeilijk. Hij plaatst de onzichtbare ♣9 bij zijn partner en “weet” dus dat die de harten niet stopt. Om zijn 3-kaart harten intact te houden moet hij dus zijn klaverhonneur afgooien > C.
De hand met de resterende klaverhonneur is bij voorkeur zuid. Want in het gegeven eindspel moet hij de conclusie kunnen trekken dat hij een 3-kaart harten moet overhouden. Als zuid ♣A heeft en opstapt  – belangrijk om ♣A niet op een troefsnit te zetten – heeft hij aan het eind geen probleem en houdt simpel drie hartens over (ervan uitgaande dat hij boven de 8 kan, zeer waarschijnlijk). Bij voorkeur heeft zuid dus ♣H: die in slag twee leggen is een stuk moeilijker.
Mijn eerste oplossing – zonder schwindel – is op zichzelf wel correct, maar vergt teveel van de NZ-handen, om in de praktijk kans van slagen te hebben, Z moet dan een hand hebben die een volgbod na 1SA rechtvaardigt. Terwijl hij ook nog eens een X nalaat, vragend om een klaverenuitkomst.
Maar je zou in de presentatie van het probleem misschien iets meer nadruk kunnen leggen op de praxis-kant: “Hoe zou je dit aan tafel aanpakken?”, of zoiets. Omdat men (ik) anders uitgaat van de perfecte verdediging.
N heeft niet een singleton klaveren, tenzij A of H sec.
Ik heb de kleintjes niet op het netvlies, maar meestal zal Z aan het afgooien van N kunnen zien – die gooit zo snel mogelijk zijn klaveren af – hoeveel N er heeft. Maar dat zal hij (a) tot zich door moeten laten dringen en (b) daar meer geloof aan moeten hechten dan aan B sec bij de leider.
W: Je hebt helemaal gelijk: de vraagstelling had anders en beter gemoeten. 
Zuid moet dus beginnen met 6 of meer hartens en 1 klaverhonneur (liefst de heer) en ze moeten niet de tweede klaver oprapen.

Gerrit Geertsma
Dit ziet er redelijk kansloos uit. Misschien zit er een 6-kaart harten met precies ♣AH bij de tegenstanders (♣/-dwang), maar waarom heeft deze persoon in de eerste hand of in de derde hand gepast? Er is nog een kansje (eliminatie met ingooi) en dan zou ♣A of ♣H singleton moeten zitten met ten hoogste 1 schoppen. Eén van de tegenstanders zou dan een 1651- of een 1561-verdeling met precies ♣A of ♣H sec en de andere een 4234- resp. 4324-verdeling moeten hebben en weer gepast in de eerste ronde. Bij de eliminatie loop je kans op in- of overtroef door de verdediging. Neem eerst de schoppensnit naar ♠8 (laat ♠A op tafel zodat er niet kan worden overgetroefd als er na de ingooi in een triple-renonce wordt teruggekomen, klaveren weg in de hand), elimineer de rode kleuren en ga eruit met klaveren.
Vraag is natuurlijk welke situatie de meeste kans heeft (dwang of eliminatie). Je kunt de kansen niet combineren en overschakelen van strategie is alleen mogelijk als in de eerste schoppenronde wordt gerenonceerd.
Benieuwd of ik in de richting zit.
W: Je zit helemaal niet slecht, maar waarom de snit naar de 8? Je kunt bijna  risicoloos een honneur uit de hand spelen, het aas moet inderdaad blijven liggen! De eliminatie zal wel mislukken met een 4324: de derde ruiten wordt getroefd!

Dick Lont
Ruitenaas, twee keer harten, ruiten heer en ruiten vrouw, harten weg. Nu zijn de rode kleuren geëlimineerd. Dan troef en een klaveren. Als nu iemand een singleton schoppen heeft met een secce klaverhonneur moet hij in de dubbelrenonce spelen, die wordt in oost getroefd en in west gaat een klaveren weg. Kleine kans dat dit lukt, maar altijd nog beter dan geen kans. 
Zorg wel dat je in de dummy gaat troeven met het aas. De eerste ronde troeftrekken moet met de heer. Je speelt op een 4234-verdeling bij één speler, die dus niet kan verhinderen dat je na de introever in de dummy met een lage troef de klaver troeft, zodat je daarna net genoeg hoge troeven hebt om de 9 onschadelijk te maken.
W: Hele mooie beknopte analyse, Dick, een compliment is op zijn plaats. Maar zoals ik hiervoor al zei is de kans op dit zitsel nog geen half procent.  

Cor Breeuwer
Er zeker vanuit gaan dat ik slechts een simpele bridger ben en dergelijke complexe problemen oplossen gebeurt dan ook meestal per ongeluk tijdens het spel. Tijd om er lang over na te denken heb je aan tafel niet. Ik kies daarom vaak voor de eenvoud. 
Het eerste wat me dan opvalt is dat iemand toch een driekaart harten moet vasthouden als je de topslagen uitspeelt. Daar kan dus een soort dwang zijn als in die hand ♣AH zit en alle hogere hartens dan de 8 of dat er een ingooipositie ontstaat met H8. Of  de andere hand heeft de hartens derde gehouden en daar zit bijvoorbeeld nog een ruitentje of de klaverhonneurs zitten verdeeld. Even goed opletten en de hartens tellen; blijft hartens in een driekaart vastgehouden worden, dan is de ingooi enige kans als ♣A bij de driekaart harten zit; worden de hartens weggegooid dan is er geen probleem.
Kortom, de hartens worden weggedaan. Zo niet, dan ♣A erbij en ingooien. Als ♣A of ♣H weggegooid wordt, 10 slag dan maar. Dan mag bij de andere honneur klaver geen vrije ruiten zitten.
Speel al je topslagen maar bewaar H8.  Andere mogelijkheden zie ik zo snel niet.
W: Eenvoud is kenmerk van het ware, maar soms is die eenvoud lastig. Mag ik je verhaal als volgt samenvatten: Je ziet elf topslagen en een twaalfde moet komen uit een soort dwang of een ingooi. Je piekert  er niet al te lang over en speelt tien slagen uit, misschien is het schip dan al gestrand, maar misschien ook niet en lukt de dwang of de ingooi. Je moet hopen dat ♣AH één hand zit met de hartendekking, maar dan moet je hartenaas niet uitspelen. (Zie de eerste oplossing van Hans.)

En dan nu het antwoord van het panellid dat de meeste kopzorgen had door mijn suggestieve vraagstelling en het vervangen van ♣7 door ♣9.

Marten Holwerda:                                                                                                                            Je maakt het nu wel heel erg …
Het spel fascineert en irriteert me nu al enkele dagen en dat verhaal van 9 helpt ook niet echt. Helemaal in het begin dacht ik namelijk “onhandig dat ik de 9 niet heb”, maar later toen ik “beter” nadacht leek het juist niet uit te maken. En nu kom jij met een “oplossing” waar het blijkbaar wel weer uitmaakt …
Ik ga maar eens gewoon wat “gedachten” hier opschrijven: hopelijk niet teveel van de hak op de tak, maar als iets onduidelijk is of evident niet klopt roep je maar.
We gaan natuurlijk ook wel uit van goede verdedigers: ja, ze kunnen natuurlijk 2 klavers oprapen maar dat kunnen ze (nu! …) nog niet weten, maar dat moet je dus wel zo houden, en dat lijkt me moeilijk. Als ik zo naar het spel kijk, is het meest logische natuurlijk een soort dwang: klaver en harten. Lastige daaraan is onder andere dat je zo weinig hartens hebt. Iemand moet dan met 6 hartens gestart zijn (net zoals mijn eerdere “legale” maakkans). Idealiter zou je hem eerder als een dubbele dwang spelen: harten/klaver tegen de een, harten/ruiten tegen de ander. Dat laatste krijg je echter niet “geloofwaardig” voor elkaar. Als je “probleem” hebt in de ruitens, kun je die in dummy proberen te troeven. Zelfs een 6241 heeft prima maakkansen, zolang de derde ruiten maar niet overgetroefd wordt. Volgens mij kun je na het bieden en deze dummy (kennis die de tegenstanders dus ook hebben) eigenlijk alleen een 6331 met een verliezende derde harten hebben, of de actuele verdeling, om een daadwerkelijk afspeelprobleem te hebben. We gaan dus doen alsof we de 6331 hebben (zodat de tegenpartij geen tweede klaver op gaat rapen) en schakelen dan over op de dwang. Eerst dacht ik dus ook “onhandig dat ik de 9 niet heb”, want dan speel ik klaver naar de boer, en daarna is de dwang automatisch i.p.v. slechts positioneel. Moet ik wel hopen dat ze de tweede klaver niet oprapen en volgens mij gaat dat mis tegen goede tegenstanders. We doen alsof we een 6331 hebben, maar waarom spelen we dan een klaver naar de boer? We hebben immers precies genoeg entrees in dummy om gewoon een “legale” kans te hebben, namelijk de klavers 3-3: ruiten laten lopen, ♣7 of ♣9, ruiten na denk ik (zit een kleine adder, kom ik op terug), klaver getroefd, schoppen naar dummy, klaver getroefd enz. Hier kun je zelfs nog schoppen naar de 8 spelen om zo klavers 4-2 aan te kunnen, mits de troeven niet al te scheef zitten. Je verliest dan de helft van de 3-3-zitsels, maar wint de helft van de 4-2 terug. Is misschien nog wel beter. Maar goed, je hebt dus gewoon een vrij normale kans, zelfs als je puur op de 3-3 speelt. En daarom snap ik dus niet waarom de 9 nog uitmaakt, immers hebben we nu de boer nog in de hand voor de dwang. Als je pakt in dummy en klaver naar de boer speelt heb je een hele belangrijke entree weggegooid, en belangrijker: de tegenpartij snapt niet waarom je geen entree spaart om de klavers vrij te troeven. En kan dan volgens mij slechts tot de conclusie komen dat je dat niet gaat proberen en dus geen 6331 hebt. Hoe moet het dan nog down? Ruiten kan het probleem ook niet zijn, die probeer je te troeven in dummy, dus wat blijft er over? Alleen een 6232 met dwang toch? Klaver na dus, en hoe kan dat kosten?
Volgende probleem is het opzetten van de dwang. Niet alleen moet iemand minstens 6 hartens hebben, hij moet ook de klaverguard hebben. Laten we beginnen met iemand met 6 hartens en beide klavers: ruiten laten lopen, klaver op en (voor)genomen met een honneur. Maar die ziet ook je vrijtroefplan en telt dus zijn klavers. Als dat AH- of AHx is dan ziet hij dat dat gaat lukken en kun je volgens mij net zo goed de andere honneur neerleggen voor het geval dat de leider toch de 6232 heeft … De tegenstander moet dus naast 6 hartens ook al AHxx van klaver hebben en dat komt qua extreme verdelingen al in de buurt van de “legale maakkans” van mijn vorige mail. Dit probleem krijg je ook met normalere verdelingen: de tegenstander met de lange hartens “moet” immers een klaverhonneur hebben, maar als hij Hx heeft zal hij altijd opstappen omdat anders zijn honneur bij de eerst getroefde ronde al naar beneden komt: hij beschermt dan de Axxx van maat, en hoeft daarna alleen de hartens vast te houden.
En dat is eigenlijk mijn “grote” probleem met dit spel: ik kan niet iets verzinnen waarbij ik de klaverguard bij de lengte hartens forceer, zonder al te grote fouten bij de tegenpartij. Misschien dat een secce honneur bij de korte hartens nog iets is, maar dan  moet je nog hopen dat ze de aftroever niet vinden.
Doe eens een hint: waarom maakt de 9 uit?
W: Het draait er natuurlijk om dat je geen klaveren na wilt, nadat je een klaverslag hebt afgegeven. Dan is het geen gek idee de tegenstanders voor te spiegelen dat je een 6331 hebt en dat te doen door in slag 2 direct 7(9) te spelen en ruiten aas op tafel te laten liggen voor het zogenaamde vrijtroeven van de klaveren.   
Neem je ruitenaas in slag 1 en speel je klaver naar de boer, dan heb je geen singleton klaver, althans voor goede tegenstanders. Ik ben dat met je eens, maar een goede noord kijkt verder dan alleen die 6331.  
Ga maar eens op de plaats van noord zitten en krijg die 7(9) in slag 2 voor je neus. Een singleton is het eerste wat je denkt en een 6331 visualiseer je meteen. Maar hoe zit het met de punten van de leider? Niet eens zo moeilijk: HVBTxx  Axx  Hxx 7 is zeker en dan is er een hartenverliezer. Ja, maar deze hand rechtvaardigt bij lange na niet het 3♠ bod van de leider, daar moet minstens 1 rode vrouw bij. V? Dan troeft de leider een ruiten in dummy en heeft 12 slagen; speelt dus echt geen 7(9) in slag 2. V?  Ook met  HVBTxx  Axx HVx 7/9 zal de leider geen 7(9) spelen, maar eenvoudig driemaal ruiten en in dummy een harten opruimen, waarna er een harten getroefd kan worden. Dit mislukt alleen als de ruitens slechter dan 5-3 zitten (20% kans). Ergo, jij als  noord trapt er niet in en incasseert je klaverhonneur als je die tweede of derde hebt en speelt klaver door voor de honneur van partner! 

Samenvatting/nabeschouwing

Herhaalde probleemstelling




HVBT76
A4
HV6
B7/9
N
W       O
Z
A8
H85
A3
VT8643



W N O Z
1SA* pas
3♠** pas 3SA pas
4♠ pas 4♣ pas
6♠ pas pas pas
* 12-14
** sleminviterend

De opdracht aan het panel was dus: ga op de plaats van west zitten en bedenk een maakplan.

Die opdracht was ongelukkig geformuleerd, want logischerwijs dachten de panelleden dat ze een kaartverdeling moesten bedenken die 100% maakkans geeft. En die vonden ze ook; twee mogelijkheden: een 1651-verdeling bij een van de tegenstanders, waarbij de singleton ♣A of ♣H moet zijn, de andere vereist een 6-kaart harten met daarbij ♣AH. Bij die 1651 speel je eenmaal troef (met de heer), elimineer je de rode kleuren en speel je klaver, waarna er in de dubbelrenonce gespeeld moet worden en je de verliezende klaver kunt opruimen. Bij de tweede mogelijkheid is er een /♣-dwang zonder de count. (Zie het eerste antwoord van Hans.) 

Echter, de kans op die verdelingen is zó miniem (ongeveer 3 promille, de tweede een fractie beter dan de eerste) dat je aan tafel toch liever omziet naar iets anders. Dat is er in de vorm van spelen op een /♣-dwang, waarbij 1 tegenstander 6 hartens moet hebben met daarnaast 1 klaverhonneur. Daarvoor is wel noodzakelijk dat je eerst een slag afgeeft –  en dat kan alleen in klaveren –  en dat de tegenstanders in de waan zijn dat ze geen tweede klaverslag kunnen oprapen. Tegen echt goede tegenstanders zal dit waarschijnlijk mislukken, hoewel die  ook weer niet onfeilbaar zijn.

Je kunt die klaverslag op twee manieren afgeven: A in de eerste slag nemen en klaver van tafel spelen, of H in de hand nemen en direct klaver naspelen. Marten vindt de tweede mogelijkheid superieur, want daarmee suggereer je een singleton klaver, terwijl goede tegenstanders bij de eerste mogelijkheid kunnen concluderen dat je die singleton niet hebt, want dan wil je A benutten voor het vrijtroeven van de klaveren. Daar zit wel wat in, hoewel goede tegenstanders ook tegen de tweede methode wel wat in kunnen brengen. 

Speel je klaver naar de boer en verliest de slag aan noord, dan heeft die de optie om ruiten te spelen. Klaver zal hij misschien niet overwegen, omdat die boer een singleton kan zijn (een foute gedachte in Martens optiek, maar een foutje aan tafel is gauw gemaakt). Na ruiten na kun je op de dwang spelen.

Speel je zoals Marten klaver uit de hand en laat je A dus liggen, dan wek je bij de tegenstanders sterk de illusie dat je een singleton klaveren hebt en van plan bent de klaveren vrij te troeven. Dat gaan ze vast in eerste instantie denken (ik aanvankelijk ook!), maar een echt goede noord die gewend is de punten van de leider in zijn tegenspel te betrekken, komt tot de conclusie dat met een singleton klaver, de leider minstens moet hebben HVBTxx Axx Hxx 9, maar ook dat deze hand niet zijn 3♠-bod rechtvaardigt! Daar moet minstens 1 rode vrouw bij. En daarmee is klaver uit de hand spelen uiterst verdacht, want met een van die vrouwen erbij is er altijd een rode troever in dummy te verkrijgen. Ergo, zo’n noord trapt  niet in die singleton-suggestie, stapt op met zijn honneur als hij die tweede of derde heeft en speelt klaver na voor de honneur van zijn partner. N.B. met honneur vierde laat noord het wel uit zijn hoofd om op te stappen, want in het geval van de heer zal zijn partner opmerken dat hij die maar het beste kan overnemen, en in het geval van het aas dat hij maar het beste kan deblokkeren! (vrij naar een situatie die Hans ooit meemaakte). Met honneur vierde in noord blijft de mogelijke dwang wel bestaan, als daar tenminste die 6-kaart harten bij zit (hoogst onwaarschijnlijk).

Wat is wijsheid? Klaver naar de boer, of uit de hand. Ik neig naar het tweede: niet elke tegenspeler gaat na wat  de leider kan hebben en de suggestie van die singleton is erg sterk. Nadeel is wel dat er voor de tegenpartij geen mogelijke ruitenslag is met dat aas nog op tafel.

Het spel trof ik aan in het Engelse BRIDGE-magazine, mei 1979, als quizvraag. En die vraag was heel wat beter dan de opdracht die ik het panel gaf. Vrij vertaald: Hoe speel je deze hand, aannemende dat je niet onmiddellijk  toegeeft dat je 1 down bent. Het magazine schreef er met de typische Engelse humor nog  het volgende bij: Deze hand toont de filosofie van niet opgeven tot je down bent gegaan – en dan doorspeelt, ze zouden kunnen verzaken! (Misschien dat je in 1979 als tegenstander niet kon claimen voor 1 down?)

De NZ-handen werden niet gegeven, alleen dat zuid ♣H had met 6 hartens ernaast en noord ♣A. Aangenomen dat de hartens 6-2 verdeeld zijn, is de meest waarschijnlijke spelverdeling bij de tegenpartij   ♠2-3, ♥6-2, ♦3-5 en ♣2-3, dus een 2632 bij de één en een 3253 bij de ander. Zo’n verdeling is bijvoorbeeld:

943
B2
BT972
A75
HVBT76
A4
HV6
B7/9
N
W       O
Z
A8
H85
A3
VT8643
52
VT9763
854
H2

Als we ervan uitgaan dat zowel noord als zuid verzuimt om de hand van de leider uit te tellen, zal het spelen naar klaverboer ook nu direct falen, want zuid stapt op met die H2 en speelt klaver door. En Martens methode? Noord gebiologeerd door de singleton in west, realiseert zich dat hij het vrijtroeven van de klaveren niet kan verhinderen, want die zitten in zijn verbeelding immers 3-3. Dan kan klaveren doorspelen niks kosten en wie weet …

In de praktijk zal er toch een minder waarschijnlijke verdeling zijn geweest, want het magazine  schrijft dat de leider ♦A de eerste slag nam en klaver opspeelde, die zuid klein bekende en noord won met het aas. Het kan natuurlijk zijn dat zuid met H2 zat te slapen, maar daar gaan we niet vanuit. We gaan uit van 3 klaveren in zuid, laten we zeggen H52 en zuid heeft dan waarschijnlijk een 2623 en noord dus 3262. (Deze verdeling heeft 2x zo weinig kans als de vorige). Zie diagram:

943
B2
BT9752
A7
HVBT76
A4
HV6
B7/9
N
W       O
Z
A8
H85
A3
VT8643
52
VT9763
84
H52
Dit bericht is geplaatst in Biedforum. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.