Fries viertallen

facepalm.jpgWoensdag 23 maart, laatste ronden van de viertallencompetities van het District Friesland.

In één van de wedstrijden opent iemand op zeker moment met
5Ru! Bekomen van de schrik doubleert zijn linker tegenstander. Iedereen past. Na de uitkomst komt de dummy op tafel.

Onmiddellijk roept de uitkomer/doubleerder om arbitrage. Verbazing en gefrons alom.

Arbiter Hester Gast komt erbij.
“In de dummy ligt RuV en ik heb ook een RuV!”
Tja, een dupliceerfout? Heb je misschien 14 kaarten, waaronder een RuV van een eerder spel, die is blijven liggen? Nee, geen 14 kaarten.

Anneke Gast (ja, familie), dummy, stelt een slimme vraag:
“Heb je misschien nog je kaart van het vorige spel in handen?” Dat blijkt het geval.
Gelukkig betrof het een spel dat nog naar de andere tafel moest. Alle vier de spelers konden zich vinden in het voorstel om het spel over te schudden.
Tot zover deze bijdrage aan de Friese bridge-anekdotiek.

Tja, de Friese viertallencompetities. Een paar jaar terug wijdde ik er al eens mijn bridgecolumn in de Leeuwarder Courant aan. Helaas om een paar kritische noten te kraken. Slecht georganiseerd en een loopje nemend met de regels die het district zelf had gesteld.

Helaas blijkt het district zijn lesje nog steeds niet geleerd te hebben. Ook het afgelopen seizoen kenmerkte zich, vooral in het begin, door wanorde, zo erg dat een aantal wedstrijduitslagen van de eerste ronden moest worden geannuleerd. De (kennelijk last minute) beslissing om in de lagere klassen driehoekswedstrijden te spelen leidde tot chaotische taferelen. Natuurlijk mede omdat in de lagere klassen nogal wat teams debuteerden in viertallenbridge, die dus weinig tot niets snapten van deze opzet.

BCL, dat wil zeggen: het BCL-bestuur, is vertegenwoordigd in het district. Ik denk dat we de BCL-vertegenwoordiger met de volgende opdracht naar het district moeten sturen:

  1. Verlang van de districts competitieleiding dat voor het volgend seizoen de zaken organisatorisch tijdig op orde zijn;
  2. Verlang af te zien van driehoekswedstrijden; ook al vanwege de debutanten moet gekozen worden voor reguliere, complete wedstrijden van 24 of 28 spellen met wisseling van tegenstanders na 12 of 14 spellen;
  3. Verlang dat alle wedstrijden gespeeld worden op de vooraf vastgestelde data en op de vastgestelde plaats;
  4. Verlang dat de regels voor invallen worden nageleefd.

Wat punt 3 betreft, natuurlijk is het vervelend als een of twee spelers van een viertal verhinderd zijn op een (ver vooraf) vastgestelde speeldatum. In onderling overleg met de tegenstanders een andere datum zoeken lijkt aardig, maar er kleven grote bezwaren aan. Wie arbitreert dan? Als er een butlerscore wordt bijgehouden, kan zo’n wedstrijd niet meetellen en raakt dat overzicht vervuild. En als een datum na de districtsdatum wordt gekozen, wordt het gedurende de competitie een gatenkaasklassement.

Maar het is ook helemaal niet nodig. Viertallen doe je niet op persoonlijke titel, maar namens je club. Die dus ook een groot reservoir is van invallers, met inachtneming van punt 4.

Hans van der Heijde

Dit bericht is geplaatst in Artikelen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.