Het tiende Lunia-Toernooi

door Hans van der Heijde

Hoe ziet het ideale bridgetoernooi eruit van een fervente bridgeliefhebber? John Linse had daar een duidelijke voorstelling van: dat moet een butler­toernooi zijn (met scores op basis van een imp-telling dus), het veld moet bestaan uit aan elkaar gewaagde paren, die elkaar allemaal moeten tegenkomen, het moet om een flink aantal spellen gaan, het moet plaatsvinden op een sfeervolle plek en de geneugten van eten, drinken en gezelligheid moeten veel aandacht krijgen.

Zo’n toernooi was er niet in Friesland. Zo’n toernooi is nergens.
Dan moet ik zelf maar zorgen dat het er komt, zei John. En aangezien hij een man is die de daad bij het woord pleegt te voegen, ontvingen tien jaar geleden de zestien, volgens de statistieken van het District Friesland, hoogst geklasseerde Friese paren een uitnodiging om aan het Lunia Butler Toernooi deel te nemen. Een bridge-evenement met een bijzondere formule: vijftien ronden van vijf spellen, van half elf ‘s ochtends tot half elf ‘s avonds, in het sfeervolle Hotel Lunia in Oldeberkoop, onderbroken door lunch en diner uit de keuken van het Lunia restaurant. Het was een groot succes.

Op 12 oktober jl. beleefde het Lunia Toernooi zijn tiende editie. Aanleiding voor John om er een speciaal feestje van te maken: hij inviteerde de winnaars van de vorige negen keer en een paar oude bridgevrienden voor een borrel, een diner en het leggen van een kaartje, op vrijdag 11 oktober. Degenen die op de 12e aan het toernooi deelnamen konden desgewenst blijven slapen in Hotel Lunia.
Ik maakte graag gebruik van dat aanbod, want ook Rob Donkersloot zou komen. Uit Hellevoetsluis helemaal, met zijn vrouw. Ik ken Rob van een bridgeavontuur in Biarritz. Iedereen kent Rob trouwens en hij kent iedereen. Hij zou die man kunnen zijn van de mop over een toerist in Rome, die verzeild raakt op het Sint Pietersplein, waar honderdduizend mensen verzameld zijn omdat het de dag is van de publieke audiëntie. Eindelijk gaan de deuren open. Iedereen begint te klappen en te juichen. De toerist tuurt en tuurt en vraagt dan aan de non naast hem: wie is dat eigenlijk, die man met die mijter die naast Rob Donkersloot staat?
Een raskaarter, een man vol prachtige verhalen en groot supporter van de Oranjeteams, die EK’s en WK’s afreist om hun verrichtingen te volgen. Aangezien hij een perskaart heeft weten te bemachtigen, of soms mag optreden als table-officer, zit hij er aan tafel met de neus bovenop. Hij is ook naar Bermuda Bowl in Wuhan geweest en daar wilden ik natuurlijk van alles over horen. Kortom, ik wist van tevoren dat het én leuk én een latertje zou worden.
Mooie verhalen? Vele. Laat ik er eentje uitlichten over wijlen Piet Borst, een van de kleurrijkste spelers die Nederland gekend heeft. Rob speelde een keertje met Piet en heeft een 7-kaart harten, stuktien-zevende en nul ruitens. Piet opent 1, Rob 1. Piet 2, Rob 2. Piet 3, Rob 3. Piet 4, doublet. Daar kan ik ‘m niet in laten zitten, denkt Rob: 4. Doublet en iedereen blijft zitten.
Na de uitkomst zegt Piet, wijzend naar de tafel: “me hartens legge d’r al”. Daarna legt hij twee klaveren neer en twee schoppens. Vervolgens schuift hij het board en biedbakjes aan de kant – “effe ruimte maken, mense” – en telt één voor één negen ruitens uit op de tafel: “en dit zijn m’n ruitens”, waarna hij naar Rob wijst en tegen de tegenstanders zegt: “maar zijn hartens zijn beter”.

Rob, zelf geen deelnemer, vroeg me wie ik tipte als winnaars van het tiende Lunia-toernooi. Ik zei dat ik dacht dat Harry Burmania en Willem Flisijn grote kanshebbers waren, ik zou John en mezelf ook een redelijke kans geven, ware het niet dat we al een poosje erg uit vorm zijn. Verder waren er zeker nog vier, vijf paren, die, als ze het loefje hadden, de winst konden grijpen.
Voor zijn thuisreis naar Hellevoetsluis (245 km) keek Rob nog even naar onze verrichtingen op de eerste spellen. Hij viel meteen met zijn neus in de boter. Hij zat achter John die als zuid Bx, AHV10xx, -, 10xxxx in zijn handen had. Links van John opende Cor van der Meer 2, multi. Ik paste en Binne Jansma bood 4, passen of corrigeren. John doubleerde: goeie hartens. Cor 4 en ik … 5. Binne 5 en John natuurlijk 6. Na veel wikken en wegen rondgepast.
Binnes uitkomst: H. Dat is niet de goeie, zegt John en legt zijn kaart neer. Ik troefde in de dummy en speel troef naar mijn aas. Binne renonceert en ik zie John fronsen: oei, slecht klaverzitsel? Ik haal met H nog even V op en claim alle slagen. Ik had x, Bxx, xxx, AHBxxx. Plus 1390. Ik heb het spel ook in de krant, bekijk het en stel vast dat, indien Binne nog 6 had geboden, we door Rob meteen voor het Oranjeteam zouden worden aangemeld als we dat down hadden weten te krijgen.

Rob en zijn vrouw vertrokken daarna en meteen is het gebeurd met scoren. Na de drie rondjes voor de lunch is ons saldo een schamele 2 imps. Daarna aan tafel tegen Harry en Willem, wat we beschouwen als een dubbele-puntentafel. We beginnen goed door dankzij mijn uiterst voorzichtige bieden in het eerste spel uit slem te blijven, wat een aantal paren vast niet zal lukken. Vervolgens spelen we 3 gedoubleerd eentje down. Dat had misschien twee down gekund – ik moet het spel nog nader bestuderen – maar echt verkeerd is het niet, want zelf kunnen we niet veel maken. Het derde spel is een tamelijk rustige 4 voor ons, misschien goed voor net een paar impjes, omdat 4 C het optimale resultaat is.
Maar dan. Ik heb ABxx, Txxx, Hx, Txx. John is gever en wij zijn kwetsbaar. John opent 1, Willem doubleert. Vanwege die vierde schoppen en omdat ik denk dat, bij A weg, die dan vaker bij Willem zal zitten dan bij Harry, H “dus” een goeie kaart is, besluit ik tot een Truscott-2SA: limietkracht met fit. Harry 3, John 3: inviterend voor 4 als ik wat nuttigs meebreng in ruiten; kort in ruiten mag ook. Mijn ruitenbezit voldoet aan beide voorwaarden: 4. Na lang piekeren neemt Harry dat uit met 5, dat gedoubleerd voor 500 gaat.
Dat heeft Harry goed gezien, want 4 gaat met overslagen over tafel. Maar er zullen niet veel paren zijn die de manche hebben geboden, want John heeft 1 geopend met VT642, AH2, BT763, ….. We hebben dus beiden onze hand een heer opgewaardeerd en zijn met 18 punten samen naar 4 gegaan. Meestal loopt het niet goed af als beiden er tegelijkertijd aan gaan trekken, maar in dit spel zat elke kaart goed. Ja, ook A. Ik noteer mentaal een imp of 7, 8.
Harry kennelijk ook, maar dan met een minteken. Die moet ik terug hebben, zal hij hebben gedacht. In het laatste spel volgt hij kwetsbaar tegen niet 3 na pas, pas, en ik 1 met een 4-1-4-4 en 14 punten. Hij heeft, schrik niet: V, T9xxxx, AVx, Axx ?! John past, Willem past en ik hou de bieding open met een doublet. Rondgepast. John heeft Hxx, AB87, xx, Txxx.
Na Johns uitkomst legt Willem zes puntjes neer, een boer en …. HV sec! Ogen als schoteltjes bij John als hij die ziet. Als ik even later ook nog in staat blijk een troefje in te spelen, valt hij zowat van zijn stoel. Harry gaat voor 500, terwijl wij niks van enige betekenis kunnen maken.
Enfin, we noteren voor die tafel plus 28 imps. Intussen blijken Cor Breeuwer en Dick Everaars het paar dat het loefje heeft: zij winnen de eerste zitting van vijf ronden. Wij zijn tweede met 32 imps.

Dan de tweede zitting. Ik licht er deze hand uit: HTxx, VBxx, AVx, Tx. Zij kwetsbaar. Rechts van mij 1. Ik doubleer. Links van mij 2, 6-kaart, niet inviterend, maar geen rommel, een punt of 8/9, zegt rechts, Rudy Dam. John past, Rudy 3 sans. Pas, pas, John doublet!
Iedereen blijft zitten en ik moet uit. Ga er eens rustig voor zitten en bedenk een uitkomst.
In principe vraagt zo’n doublet om een uitkomst in de eerste kleur van de dummy. Maar dat kan nu niet goed zijn: dummy en ik hebben samen al tien schoppens.
Klaveren valt sowieso af, dat zal de bakkleur van Rudy zijn. Harten dan? Misschien, maar welke? Rudy zal zonder meer goeie hartenstops hebben.
Dan bedenk ik dat een uitkomst van A niet veel kwaad kan: ik blijf de kleur nog een keertje stoppen, krijg een blik op de dummy en hopelijk een duidelijk signaal. Een “kijkaas” dus, een woord dat de krant in mijn kopij ooit veranderde in keikaas, af te breken als kei-kaas. Wat voor kaas? Kijkaas!
De dummy heeft VB9xxx, xxx, Bxx, A. Ik krijg een aansignaal van John, speel moedig V na, en als die houdt blijken we vier ruitenslagen te hebben dankzij Hxxx van John. Harten na voor het aas van Rudy, die dummy’s A incasseert, oversteekt naar A in zijn hand en H en klaveren naspeelt, voor 9 van John. Harten na voor Rudy’s H en weer klaveren voor V van John. Daarna maak ik nog VB en H. Vier down, 1100!
Merk op dat John gedubbeld heeft met slechts xx, Txx, Hxxx, V9xx.
Overigens gaan even later een hoop imps de verkeerde kant uit met een kwetsbare 4, verder door niemand geboden, die alleen binnen komt als én V, én V én H goed zitten én het verlies in de troefkleur (HV7xxx tegenover 4) tot twee slagen beperkt blijft. Aan al die voorwaarden werd voldaan. Een procent of 5 kans, schat ik.
In de tweede zitting worden we met plus 39 weer tweede, 1 imp achter Cor van der Meer en Binne Jansma, die tot vreugde van John een zittingsprijs winnen. Met die twee tweede plaatsen staan we overall eerste met 71 imps, 9 imps voor op de nummers twee, Dick Everaars en Cor Breeuwer. We spelen zeker niet foutloos – dat doen we nooit – maar het voelt veel beter dan de laatste maanden, vooral omdat we elkaar in de bieding en het tegenspel niet kwijtraken.

Daarna dineren. Aan onze tafel memoreren John en ik een paar verhalen van Rob Donkersloot over Piet Borst, tot algehele hilariteit. Vooruit, eentje nog. Piet speelt op een toernooi tegen een paar dat fout op fout stapelt en voornamelijk bezig is elkaar die fouten te verwijten. Na het laatste spel vraagt Piet op zoetsappige toon: Vindt u bridge leuk? Jazeker! O ja? Waarom gaat u het dan niet leren?

Dan de avondzitting. Tegen onder meer Jand de Caluwe en Myriam van der Heide, door John altijd graag een beetje uit de tent gelokt. Uit die ronde dit memorabele spel. Ik heb xxx, Bxx, Hxxxx, AT. John opent 1 en dat belooft bij ons een 4-kaart, wat sommigen doet vermoeden dat wij ons systeem aan de Neanderthalers hebben ontleend.
Myriam volgt 1. Wat nu? Ik besluit een ruiten bij mijn harten te zetten en laat een negatief doublet los. Jand springt naar 3, maar John lijkt daar geen last van te hebben: hij herbiedt rustig 4! Myriam 4. Ik haal die ruiten weer tussen mijn harten vandaan en bied 5.
Jand 5! John 6! Ik mompel iets over pepers in het eten, zie dat we worden gedoubleerd en daarna dat Myriam met een klavertje uitkomt, singleton natuurlijk. Nu gaat-ie het halen, denk ik, want John moet zo ongeveer een 6/5 / hebben. Dat klopt: hij heeft -,xx, ABxxx, HVxxxx. Na een hartenuitkomst verliezen we AH, bij elke andere uitkomst gaat alles weg op de klaveren: 6 gedoubleerd plus één, voor 1190 en 14 imps. Overigens zat 5, daarin zijn alleen A en A weg; 6 bieden was dus echt noodzakelijk.
Ik begin intussen een patroon te zien. Als wij gezamenlijk veel punten hebben, dertigplus, zijn we uiterst voorzichtig en blijven we laag (dat kostte een keer 11 trouwens), maar hebben we onder in de twintig, of zelfs minder dan twintig, dan gaan alle remmen los en kunnen we zomaar in slem zitten. Zoals die 6 waar ik mee begon en deze 6, maar we hadden ook nog een 6 staan met 22 punten samen.

Als ik tussen twee ronden even een sigaretje rook, zie ik Cor Breeuwer, zijn hoofd omringd door de stoomwolk die uit zijn oren komt.
Cor: “Als-ie (Dick) nou even nadenkt en doorbiedt, dan komen we in een doodsimpele, kouwe 6, in plaats van in 3 sans. Dat zal wel weer 10 imps kosten.”
Ik: “O, dat spel. 6 is down voor je begonnen bent, A en harten na, getroefd,harten 6-1″.
Cor: “Huh?”
Ik: “Ja, en het is 5 voor de buren. Als ze dat bieden, moet je nog uitnemen met 6 ook”.
Cor: “Huh?”
Ik: “Ja, prijs je gelukkig dat ze je 3 sans hebben laten spelen. Dat maak je met twee overslagen toch? Daar hou je zeker 10 imps aan over”.
De stoomwolk vervliegt snel.

We halen 41 imps uit de laatste zitting en voor de derde keer zijn we daarmee tweede. Ik heb het lijstje van Cor en Dick al gezien en weet wat ons zo dadelijk bij de prijsuitreiking zal worden toegeroepen: John en Hans, de Joop Zoetemelken van het Tiende Lunia. Met een daverende slotzitting van 66 imps passeren Cor en Dick ons en worden eerste, wij zijn tweede.
Cor en Dick, de nieuwe butlerkampioenen van Friesland, zetten een deel van hun vette eerste prijs om in een rondje voor het hele veld. John en ik kijken nog even terug. De aanloop naar deze tiende editie is niet zonder strubbelingen verlopen, met name rond de samenstelling van het deelnemersveld hadden zich een paar lastige last minute problemen voorgedaan. John: “Ik denk dat ik een volgende keer wildcards voor drie, vier paren reserveer, zodat we niet op het laatste moment nog naar individuele invallers hoeven te zoeken”. Ik zeg: “Goed idee”. En denk: Aha! Gisteren zei je nog dat je twijfelt aan voortzetting van het Lunia-toernooi, ook vanwege die strubbelingen, maar nu heb je het al over volgend jaar: we gaan dus door!

Tegen enen ‘s nachts ben ik weer thuis. Ik drink nog een borrel en blader wat door de krant om het brein uit de bridgemodus te krijgen, opdat ik straks kan slapen. Terwijl ik dat doe, besef ik dat ik een kostelijke vrijdag en zaterdag heb gehad.

Dit bericht is geplaatst in Wedstrijdverslagen. Bookmark de permalink.

3 Responses to Het tiende Lunia-Toernooi

  1. Myriam van der heide schreef:

    Wat een geweldig stuk weer Hans! En wat heb ik ook genoten dat weekeind! Zeker ook van de verhalen van Rob Donkersloot, wat een kerel!
    Maar mijn grote dank gaat uit naar John! Bedankt Bedankt! Ik zal nog even terug denken aan Lunia wanneer ik mijn heerlijke 🥂drink!
    En Kim jij was een Topgastvrouw!

  2. Jand de Caluwe schreef:

    Ben het helemaal eens met Myriam.
    Ook ik denk er met plezier aan terug. Zonder whisky weliswaar.
    Het was geweldig ! Nogmaals dank John en Kim.
    Wij gaan voor de wildcard!

    P.S. Hebben we de foto’s nog?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.