Madeira Bridge Festival 2019

Maandagochtend 4 november om kwart over vijf stap ik in bij Willem Flisijn. Op naar Madeira! Om met John Linse en Harry Burmania een week lang deel te nemen aan het internationale bridgefestival aldaar. John en zijn vrouw Henneke en Harry en vriendin Karin zijn daar al om er ook een vakantiereis van te maken.

Een week bridgen: een introductietoernooitje van één avond, het grote parentoernooi van drie dagen, waar zo’n 200 paren aan meedoen en drie dagen viertallen met een kleine 100 teams.

Suf gereisd – Schiphol-Porto en na een paar uur wachten met vertraging van Porto naar Madeira – herinner ik me weinig van dat introductietoernooitje, behalve dat John en ik het met zo’n 57 procent goed doen. Harry en Willem ook, maar ze halen een fractie minder: we eindigen twee plaatsen boven hen.

Na een goeie nacht slaap beginnen we aan het serieuzere werk, het 3-daagse parentoernooi.

De eerste sessie gaat wat John en mij betreft de eerste tien ronden prima, ik schat dat we rond de 60 procent hebben. Maar dan volgt ineens een beroerde tafel. Mijn linker tegenstander verzint na 1♣ van hem, 3ª van John, 4♦ van mijn rechter tegenstander en mijn pas ook een pas, tot woede van zijn partner. Ja, 4♦ was natuurlijk forcing, maar even later blijkt dat 4♦ er precies in zit en bovendien het beste eindcontract is, voor een beroerde score voor ons. We halen nog zo’n 35 procent uit dat rondje.

De ronde daarna spelen we tegen goeien, die eerst een messcherpe 6SA uitbieden (17 procent voor ons) en daarna een dito 4♥. Ik red nog een paar puntjes door uit te nemen met 4♠ (23 procent in plaats van 20 procent voor 4♥ C), maar dat houdt onze snelle duikeling in het klassement natuurlijk niet tegen.

Gefrustreerd én geladen beginnen we aan het laatste rondje.
Ik heb (kwetsbaar tegen niet) ♠HVB985, ♥T74, ♦64, ♣75.
Rechts (Oost) opent een 11-13 1SA. Ik (Zuid) volg 2♦, lange harten of schoppen belovend.
Links past, John 2♥ (passen of corrigeren), rechts past, ik 2♠, links doublet (take out), John past, rechts past en dat doe ik ook.

O/NZ 32
95
HB95
AVT96
 



N
W        O
Z



  HVB985
T74
64
75
 
W N O Z
    1SA* 2**
p 2 p 2
D*** p p p
*11-13;
**6-kaart of ;
***take out

Uitkomst H, overgenomen door oost met A, die 4 naspeelt.
Oost heeft een 4-kaart schoppen, dat is wel duidelijk. Om een hartenintroever in de dummy te voorkomen moet hij troef naspelen, dat is ook duidelijk.
Aangezien ik niet meer dan één schoppenslag mag verliezen, leg ik 9, want met vier schoppens is oost de beste kandidaat voor 10. Zou ik B leggen, dan kunnen ze me een hartenintroever in de dummy gunnen, want daarna heeft oost – indien hij A10xx heeft – twee schoppenslagen. Gelukkig, 9 houdt.
Wat nu? Ik besluit tot een klavertje naar V. Als die verliest aan H, weet ik waar A zit. Inderdaad maakt oost H. Hij incasseert A, neemt ook B mee, speelt harten voor west en tot mijn vreugde speelt west nog een vierde ronde harten.
Ik troef, haal nog twee rondjes troef en weet al wat ik ga doen: mijn laatste troef incasseren met nog H sec en A109 in de dummy. Als west daar een klavertje op laat gaan, gooi ik H weg uit en snij naar 9. Die houdt en onder A valt B. Ik verlies dus geen ruitenslag en maak mijn gedoubleerde 2. Voor een zaaltop.
West had x, HVxx, AVxx, Bxxx, oost ATxx, ABxx, Txx, Hx.

Als John even later ABx, V1097, AH, B1072 heeft en na 1 van mij en 2 rechts van hem past om daarna bij allen kwetsbaar mijn doublet in te laten, doen we daar na meedogenloos tegenspel voor de noodzakelijke drie down nog een spel van 90 procent bij. Dat compenseert die twee beroerde tafels en we eindigen de eerste zitting met zo’n 57 procent.

Helaas beleven Harry en Willem een rampdag. Alles wat fout kon gaan ging fout, met een hopeloze 44 procent als resultaat.
‘s Avonds persen we ons met zijn zessen in John’s huurauto voor een tocht de binnenlanden van Madeira in, waar we dankzij Robert Snapper, een Nederlandse expat op Madeira en kennis van John, een uitstekend restaurantje weten. Dat heeft als specialiteit mals rundvlees van de grill, gehuld in een jas van laurier en knoflook en geserveerd aan lange spiesen die verticaal boven de tafel komen te hangen.
Op de achterbank van de auto gaat Harry zowel op de heen- als de terugweg geheel schuil achter de andere drie achterbankiers. Fijn voor hem én voor ons, want zonder zicht op de haarspeldbochten en de afgronden heeft gespannen bemoeienis met Johns stuurmanskunst geen zin.
Woensdag de tweede zitting, maar ‘s ochtends eerst het zwembad van het hotel in. Dat ligt direct aan zee en is gevuld met zeewater, zodat je rustig op je rug kunt liggen drijven. Wat ik natuurlijk pas doe na eerst mijn baantjes te hebben getrokken. In mijn nieuwe zwembroek, zodat ik alom bewondering oogst.

De zitting verloopt zonder enig vuurwerk en dat is een slecht teken. Daar komt nog bij dat we ook tegen enkele IJslandse vrouwenparen moeten. Met name John heeft iets met IJslandse bridgevrouwen. Die lijken door de IJslandse Bridgebond geselecteerd te worden op grootte, fysieke kracht en onwellevendheid. Zonder uitzondering zijn het nurksen, waar alleen gegrom uitkomt en ze bewegen alsof ze een ploeg door zware grond trekken. Zodra je een vraag stelt over de betekenis van een bod, zijn ze elke kennis van het Engels verloren.
Gezegend met een flegmatieke aard laat ik me in het algemeen niet beïnvloeden door ergernis, maar John ontsnapt daar niet aan. Als we tegen een tweetal spelen dat met open mond en luid smakkend elk een stuk kauwgum ter grootte van een golfbal vermaalt, zie ik hem gruwen en rood aanlopen. Dat komt onze resultaten nu juist tegen deze relatief zwakke paren niet ten goede.
We halen zo’n 52 procent en zakken in het klassement. Harry en Willem herstellen zich en klimmen maar lang niet genoeg.

We eten in een uitstekend restaurantje, waar ik met John een lokale specialiteit deel, een pan cataplana: diverse vissoorten, mosselen, inktvis en nog meer zeevruchten, gestoofd in een pittige saus. Kostelijk. Halverwege de maaltijd komt een muziekgroep langs, gehuld in folkloristische kleding. Ze dragen hoofddeksels die doen denken aan het mannelijk geslachtsdeel en ik weet al hoe laat het is: zo dadelijk wordt mij eentje opgezet, zodat de anderen foto’s kunnen nemen. Leuk immers, zo’n lange man met een lul op zijn kop. Zoals ik al zei, ik ben flegmatiek en onderga het ritueel gelaten.
Na afloop voor een espresso naar het casino. Elke aandrang tot gokken op de roulette en dergelijke is mij vreemd en van de voortdurend irritant riedelende gokautomaten begrijp ik hoegenaamd niks. Willem en Harry daarentegen zijn wel aangestoken door de roulette-koorts. Willem verdient in een paar draaien zijn hele Madeira-reis terug en trakteert op een rondje mojito’s.

Dan de derde zitting. John en ik gaan als de brandweer. We denken halverwege: ruim in de 60 procent. Maar dan. Twee topspelers schuiven aan.
Ik heb V75, VB8, B63, A985. Rechts van me opent 1SA (15-17). Terwijl wij passen gaat het: links 2SA (limiet), rechts 3 (5-kaart, niet minimaal), links 3SA, einde. Wat kom je uit?
Ik koos voor 5. De enige uitkomst die wat oplevert (zo’n 70 procent) is …. A!

Het hele spel:

O/Allen V75
VB8
B63
A985
 
♠HT4
HT532
AH92
H
N
W       O
Z
B82
A9
V874
BT64
  A963
764
T5
V732
 
W N O Z
    p p
1SA!? p 2SA p
3 p 3SA p
p p    

Na mijn schoppenuitkomst maakte de leider een slag in schoppen, vier slagen in harten en vier in ruiten: 3SA contract.
Alleen na een uitkomst van A, gevolgd door 9, via B voor V en klaveren na, krijgen we vijf slagen: drie in klaveren, een harten en A.
Zo’n 1SA-opening verzon de rest van het veld niet. Voor min 600 scoorden we 2,63 procent, net geen zaalnul.

Daarna raken we uit de flow en is het gebeurd met topscores. Uit de zitting haalden we uiteindelijk iets minder dan 58 procent, goed voor een eindscore van 55,8 procent. Zeker niet slecht in dit veld, maar ook niet tot de verbeelding sprekend. Harry en Willem komen uiteindelijk nog tot zo’n 52 procent.

We eten met een groot gezelschap Noord-Hollandse bridgers, een etentje net als vorig jaar georganiseerd door Gerard Limmen. De Hollanders zijn net gearriveerd en doen alleen mee aan het viertallentoernooi. Mijn Hollandse tafelgenoot stelt me allerlei vragen over een biedafspraken waar hij en zijn partner in de praktijk problemen mee hebben, “Serious NoTrump” en “Last Train”. Doen wij dat ook? Ik zeg dat wij dat inderdaad doen maar ons dat meestal pas herinneren als we al in slem zitten.

Voor de liefhebbers: als je 2 over 1 als mancheforcing speelt, gaat het bijvoorbeeld zo:
1      –      2 (MF)
2      –      3 (fit)
3SA = serious > ik heb overwaarde en serieuze ª-slemplannen
4 = ruitencontrole, maar geen overwaarde.
Zou de partner daar 4 op bieden, dan belooft hij een klavercontrole (die is met 4 immers ontkend), maar een hartencontrole hoeft hij niet te hebben; 4 = Last Train.

Op naar de teams. De kleine 100 viertallen zijn verdeeld over twee zalen, een grote en een kleine. De formule is Zwitsers: je speelt elke wedstrijd tegen een team dat het dichtst bij je staat in het tussenklassement. In de kleine zaal spelen de 36 teams die het hoogst staan. Daar moeten we dus heen, al was het maar om niet tegen IJslandse vrouwen uit te hoeven komen. We komen daar al snel terecht, zakken dan weer terug naar de grote zaal, maar verlaten die onmiddellijk weer dankzij de ronde waarin we uitkomen tegen het nationale vrouwenteam van Portugal.

Daarna dit spel, ik geef het als tegenspelprobleem.

Z/OW


 



N
W        O
Z
HB8
96
T5
AH8754
  62
AHB
VB9873
V6
 
W N O Z
      1
p 1 2 D*
p 2 p 3
p 4 p 4
p p p  
*Support doublet >3-kaart

Als oost kom je uit met H en je neemt ook A mee; west geeft een 3-kaart aan. Wat speel je na?
Als we ze na de tegenspelmisser in bovenstaand spel uit een snitloze 7 weten te houden met stevig preëmptief bieden (na 1 volg ik 3 op HTxxxxx, achter me 3, John 5 met Vxx en nog ergens een vrouw), na veel gepuf 6 rechts van me, einde bieding, weten we al dat we op een dikke overwinning kunnen rekenen (18,5 – 1,5)

Denk niet dat we alleen maar bridgen. De wedstrijden beginnen om half vier, zodat je tijd genoeg hebt om Madeira te bekijken of te liggen luieren in de zon. Zo rijden John, Henneke, Willem en ik naar de uiterste noordwestpunt van het eiland, waar onderaan een steil klif een havenplaatsje ligt, na veel haarspeldbochten en schitterende vergezichten te bereiken. Daar beukt de Atlantische Oceaan met machtige golven tegen de rotsen. Die rotsen vormen ter plekke een kring, waarbinnen het water tamelijk rustig is, wat heeft geïnspireerd tot het maken van een natuurlijk zwembad. We hebben de zwembroeken mee, maar helaas is de branding die dag zo sterk dat die over de rotskring slaat en de hekken gesloten blijven.

Merkwaardig genoeg is de temperatuur aan die kant van Madeira meestal een graad of zeven, acht lager dan aan de kant waar we verblijven (22-25 graden) en het is er ook veel natter.

Wat hebt u nagespeeld in die 4?
Er zijn maar liefst vier kaarten die tot down leiden: 8, 7, 5 en 4.
Inderdaad, in de dubbelrenonce van NZ.
Waarom? Omdat NZ in een 4-3 fit spelen. Je moet hopen op 10xxx bij west.
Het hele spel:

Z/OW AT43 V532 AH6 T2  
V975 T874 42 B93 N
W        O
Z
HB8 96 T5 AH8754
  62 AHB VB9873 V6  

Waar moet de leider (noord) een derde rondje klaveren troeven? In zuid, met B? Dan AH, ruiten naar het aas, V (helaas, niet 3-3) en ruiten door? West troeft de derde ruitenronde en noord maakte alleen nog een troef en A. Die klaveren troeven in noord? Zelfde verhaal.
De Portugese oost speelde schoppen na: 4 contract. Ja, 5 was een beter idee geweest.

Weer in de elitezaal pak ik (noord) als gever en kwetsbaar deze hand op:
V965, AV4, HV1085, H.
Wat te openen? 1? Als ik dat doe en ik krijg 1 van John, dan zou ik 1 moeten herbieden, maar met zulke schoppens ga ik niet reverse 2 bieden, waar ik met 16 punten en een lelijke secce heer ook niet genoeg voor heb trouwens.
Ik herinner me die bijna-zaalnul uit het parentoernooi (zie boven) en open 1SA. John 2 (Stayman), ik 2 en John 2SA, wat ik alerteer, want John hoeft nu geen 4-kaart harten te hebben. Ik maak het af op 3SA.
Ik krijg T uit. John legt neer: 1043, H65, A9643, B2.
West produceert A, speelt klaveren na als oost zeven klaverslagen blijkt te hebben, terwijl OW ook nog A en H maken, ben ik 5 down, voor min 500. Aan de andere tafel zitten ze netjes in een ruitendeelscore. Ai.
Ik mompel iets over dat spel uit de paren, maar zie John denken: wat Jupiter zich kan veroorloven, is niet ook een rund toegestaan.
We scoren matig met kleine overwinninkjes en af en toe een verliespartijtje.

Na de lange, tweede zitting raken we aan de praat met Carloz Luiz, “Mister Madeira”, een legendarische speler, die de kwalificatie “Portugees” smalend verwierp: “I’m from Madeira, not Portugal. Matig gescoord, jongens? Niks aan de hand, vorig jaar stond mijn team met nog één zitting van drie wedstrijden te gaan 64e; we eindigden als tweede.”

John heeft ons uitgenodigd voor een feestelijk diner, in een restaurant in het oude stadsdeel van Funchal, hem getipt door Robert Snapper. Die tip blijken veel andere bridgers ook gekregen te hebben. Na een voorafje met tonijn in een Indiaas sausje – smullen! – krijg ik het advies aan de lamskoteletjes te gaan. John doet mee, maar de anderen kiezen “steak from the stone”, een reuzensteak van een pond, schat ik, rauw geserveerd naast een gloeiend hete steen, zodat je zelf kunt bepalen of je ‘m bloedig, medium of doorbakken nuttigt. Ik zie Willem in no time zijn pond wegwerken en daarna nog wat de anderen overlaten.

De laatste drie wedstrijden brengen niet de drie 20’jes die we ervan hoopten. In het laatste spel produceren John en ik een dermate bizar tegenspel dat ik me er niet aan waag het te reproduceren. We blijven op een WP of 6 boven het gemiddelde steken, waarmee we ergens tussen de 30e en de 40 plaats eindigen. Het butler-klassement vertelt ons dat Harry en Willem het in de teams redelijk goed hebben gedaan, maar dat John en ik teveel hebben laten liggen.

Een IJslander vertelt me na afloop van de laatste wedstrijd over de grootste deceptie van zijn team. Denk mee: hij had als zuid (O/OW) H10975, 106, 10962, 86. Oost opent 2 (multi), links 2, rechts 2SA (22/23), links 4SA (kwantitatief), rechts 6SA, einde.
Wat kom je uit? Hij koos voor een alleszins redelijke T. Waarna 6SA werd gehaald. Net als tegen ons. En net als door Harry en Willem. Aan de andere tafel volstond zijn nevenpaar met 3SA.
Wat komt je daartegen uit met die hand? Met een schoppen natuurlijk. Waarna de leider de eerste vijf schoppens verloor (hij had VB sec en tegenover je 5-kaart zit A86).
Later wordt me verteld dat niemand down is gegaan in het vele malen geboden sans- of hartenslem, maar dat aan de tafel waar werd volstaan met 3SA of 4SA, iedereen down ging. Iedereen down in de manche, terwijl iedereen die slem biedt dat haalt, dat zie je zelden.

Het grote slotdiner valt tegen, maar dat kan ook haast niet anders, want we hebben de hele week Madeira’s culinaire toppen beklommen.
Willem en ik vliegen de volgende ochtend via Bristol terug; Harry en Karin blijven nog een dag; John en Henneke nog een paar dagen.
Overigens hebben we gedurende de week al plannetjes besproken voor volgend jaar. Weer Madeira? Of naar Amerika, als daar in november een bridge-toptoernooi is, min of meer samenvallend met de presidentsverkiezingen? Mij lijkt dat een prachtig idee. En reken maar dat ik zo’n hand met H sec dan met No Trump open!

Hans van der Heijde

Dit bericht is geplaatst in Wedstrijdverslagen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.