Nieuwjaarsdrive op 3 januari 2020

Met ruim 50 paren was de Nieuwjaarsdrive zo goed bezet dat tijdens de tafelwisselingen opstoppingen ontstonden.
Wij, Anneke Gast en ik, trapten af tegen Sape en Sita, onze nieuwe voorzitter. Het eerste spel leverde ons eerste en naar zou blijken helaas ook ons laatste wapenfeit op.
Ik had ♠H9xx, AVx, ABxx, ♣AH. Ik zag Anneke tot mijn verbazing 1SA (15-17) openen. Ik realiseerde me dat wij, een gelegenheidspaar als het om bridge gaat, nauwelijks afspraken hadden om achter het een en ander te komen, dacht: misverstanden voorkomen, en hakte daarom de knoop maar liever direct door. Kortom, ik verhoogde plompverloren naar 7SA. Anneke verstijfde van schrik, maar wikkelde netjes af naar dertien slagen: ze had ♠AVx, HBxxx, HVx, ♣Vx. Slechts vier andere paren bereikten 7SA, maar of ze daar ook maar één biedronde voor nodig hadden, weet ik niet.
Henny Rietdijk en Albert Sikkema, ook een gelegenheidspaar trouwens, wonnen onbedreigd met een score van ruim 74 procent (!).

Wat ons opviel was dat nogal wat paren die wij tegenkwamen, niet goed begrepen hoe zo’n drive in elkaar zit met misverstanden tot gevolg, die bij sommigen enige frustratie opriep.
Hoe zit het in elkaar? Elk paar geeft zichzelf op met vermelding van speelsterkte, die wordt uitgedrukt met A, B, C of D, waarbij A betekent dat je in de reguliere clubcompetitie uitkomt in de A-groep, de sterkste groep, B dat je daar vlak onder zit, enzovoorts.
Die ruim 50 paren worden opgedeeld in vier subgroepen, waarin in elk ongeveer evenveel, qua opgegeven speelsterkte, A-, B-, C- en D-paren worden opgenomen. De subgroepen zijn gemiddeld genomen dus even sterk. Je speelt die avond tegen paren uit je eigen subgroep en je komt van elke speelsterkte ongeveer evenveel paren tegen.
Waarom zo? Omdat je dan een top-integraalscore kunt berekenen: elk paar komt evenveel A-, B-, C- en D-paren tegen, zodat je een “eerlijke” eindscore kunt berekenen voor het hele veld van ruim 50 paren.
Dat is mooi, de overall-winnaar krijgt ook de hoofdprijs, maar verder worden de scores van alle paren vergeleken met die van de andere paren uit dezelfde speelsterkte-categorie en een uitslag opgemaakt per categorie: er is een prijs voor het eerste A-paar, het eerste B-paar, enzovoorts.

Vanwaar nu de misverstanden? In de eerste plaats omdat velen kennelijk niet weten hoe de boel in elkaar wordt gezet. En ten tweede omdat op de bladen met het tafelnummer een A-, B-, C- of D-vermelding staat en subgroepen óók met die letters worden aangeduid, terwijl dat niks met de speelsterkte heeft te maken. Degenen die niet weten hoe de indeling in elkaar steekt, trekken daar echter toch de conclusie uit dat die vermelding op de speelsterkte van de paren uit zijn of haar groep slaat. Als je in de D-groep bent ingedeeld, terwijl je C als speelsterkte had opgegeven, dan denk je misschien: dat klopt eigenlijk niet, maar vooruit, meer kans op een prijs. Om vervolgens enkele paren tegen te komen met speelsterkte A, die je een paar gevoelige nullen bezorgen. Daarna denk je misschien: er klopt helemaal niks van en maar weinig gescoord bovendien, gauw naar huis straks.

Aan die bladen met tafelnummers is niks te doen, daar staan nu eenmaal die A’s, B’s, enz. op om op de reguliere clubavonden de lijnen uit elkaar te kunnen houden.
Maar die misverstanden voorkomen kan gemakkelijk: leg het bij dergelijke drives voortaan vooraf nog even uit op de BCL-site en nog eens in de zaal voor aan het eerste spel wordt begonnen. En noem de groepen gewoon 1, 2, 3 en 4 en zet achter de naam van elk paar, zowel op de loopbriefjes als in de totaaluitslag, een (A), (B), enz. ter aanduiding van hun speelsterkte.

Hans van der Heijde

Dit bericht is geplaatst in Wedstrijdverslagen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.